interview

De meest gestelde vragen en mijn antwoorden

Sinds ik mijn site heb, stellen mensen vragen per e-mail over mij en mijn boeken. Hieronder vind je de vragen die het meest worden gesteld. Als je nog een andere vraag hebt, dan kun je die natuurlijk altijd ff mailen. Je krijgt zeker antwoord.

Waar ben je geboren en wanneer?
Ik ben geboren in Nijmegen in 1954 op 29 december.

Wat voor een soort kind was je?
Tot mijn achtste was ik heel verlegen. Ik was enig kind en vond andere kinderen eigenlijk maar eng. Ik was veel thuis, las erg veel en leefde in mijn fantasie. Ik ben er van overtuigd dat ik in die tijd schrijver ben geworden. Ik las niet alleen het ene na het andere boek, ik verzon ze ook zelf.
Later ben ik veel buiten gaan spelen en ontdekte ik de straat. Naast ons huis was eerst een groot veld waar grote bergen zand lagen. Daar voerden we oorlogen en stookten we in kuilen vuurtjes waar we aardappelen in poften.
Later werd dat een grasveld waar ik dagenlang voetbalde. Gelukkig woonde ik aan de rand van Nijmegen. Even lopen en ik was in de bossen en bij de boerderijen. Ik ben dan wel in de stad opgegroeid, maar de natuur was altijd dichtbij.

Wat waren je favoriete kinderboeken?
Daar hoef ik niet lang over na te denken: Puk en Muk van Frans Franssen. Ik had zo'n stuk of tien boeken van Puk en Muk die ik in een rood koffertje bewaarde. Als ik ergens ging logeren nam ik dat koffertje altijd mee. Andere boeken die ik leuk vond: Pietje Bel, de boeken van Pim Pandoer en later de boeken van Biggles.

Waar woon je?
Ik woon in 's-Hertogenbosch, of, gemakkelijker gezegd: Den Bosch. Hiervoor woonde ik zes jaar in Arnhem en elf jaar in Leeuwarden. Daarvoor woonde ik zeven jaar in Groningen. Ik ben geboren in Nijmegen, waar ik zevenentwintig jaar heb gewoond. Als je al die getallen bij elkaar optelt, weet je ongeveer hoe oud ik ben.

Leef je van het schrijven of doe je nog ander werk?
Nee, ik leef niet alleen van het schrijven. Dat heb ik wel even geprobeerd,  maar dat lukte niet, dat vond ik veel te saai.
Je staat 's morgens op, dan ga je naar je kamer om te werken. Tegen half elf wil je wel even koffie. Dan is er niemand om mee te praten. De hele dag is er niemand om mee te praten.
Schrijven is een eenzaam beroep. Ik ben daar veel te sociaal voor. Jammer genoeg. Want ik zou best alleen willen schrijven. Ik kan het alleen niet. Daarom heb ik ernaast ook altijd gewerkt. Mijn hele leven heb ik in het theater gewerkt. 

Waar haal je je ideeën voor de boeken vandaan?
Dat vind ik altijd een moeilijke vraag. Er is geen plek waar je die ideeën kunt vinden. Het gaat met flitsen. Opeens is er een idee voor een boek. Dat idee kan ontstaan door een sfeer, een herinnering, een gebaar, een grap, een verrassende wending, een woord, een verhaal. Dus waarschijnlijk haal ik mijn ideeën overal vandaan. Iemand zegt iets en ik denk: een verhaal. Ik wil ideeën krijgen en ik ben er van overtuigd dat je dan ook ideeën krijgt.

Wanneer besluit je aan een boek te beginnen?
Op de eerste plaats als een ander boek af is. Kinkt flauw, maar is wel belangrijk. Ik begin nooit aan een nieuw boek als een ander boek niet af is, daar zou ik gek van worden. Ik ben wel altijd bezig met een boek. Of ik schrijf aan een boek, of ik ben bezig met correcties.
Ik vind het moeilijk om te kiezen aan welk boek ik zal gaan beginnen. Je hebt drie verschillende ideeën en welk idee kies je dan? Vind ik altijd lastig. Uiteindelijk wil ik kiezen voor het verhaal dat mij het meest bezighoudt.
Zo zijn er ook ideeën die blijven liggen. Ik heb gemerkt dat er na verloop van tijd stof op zo'n idee komt. Je kunt zo'n idee wel uit de kast halen, maar dan wordt het nooit een goed boek.

Wat vind je het moeilijkst aan het schrijven?
Ik vind eigenlijk niks moeilijk aan het schrijven. Het ideeën bedenken, het schrijven zelf, het herschrijven, het sleutelen aan een boek om het beter te laten lopen, het corrigeren: ik vind alles leuk. Ik heb aan alles evenveel plezier. Het enige wat wel eens op mij drukt, is de angst dat er een tijd kan komen dat je geen ideeën meer hebt. Een moment dat je wilt gaan schrijven en je weet niet waarover, dat alle ideeën op zijn. Dat lijkt mij een ramp.

Hoe lang doe je er over om een boek te schrijven?
Sommige boeken heb ik onrustbarend snel geschreven. Zo snel dat ik mij er soms voor schaam. Het punt is: aan ideeën heb ik geen gebrek, komt bij dat ik heel snel kan typen. Als ik achter een computer ga zitten, vliegen de verhalen uit mijn handen.
Ik streef er naar om minimaal twee hoofdstukken in de week te schrijven. Meestal worden het er meer. Als ik twee hoofdstukken in de week schrijf, heb ik binnen vijftien weken een boek voor de eerste keer geschreven. Dan is het nog niet klaar, dan moet ik het nog een paar keer herschrijven en corrigeren, maar er ligt wel een nieuw boek in ruwe versie. Als je dat altijd achter elkaar doet, kun je veel boeken schrijven. De afgelopen vier jaar is mij dat gelukt.

Heb je een lievelingsplek om te schrijven?
Gelukkig niet. Vroeger wel. Kon ik alleen daar schrijven. Nu kan ik gelukkig overal schrijven, waardoor je meer schrijft. Neemt niet weg dat ik het liefst thuis achter mijn bureau zit te werken, achter mijn eigen computer. Dan heb ik mijn boeken om mij heen, de bekende foto's en tekeningen aan de muur. Ik schrijf het gelukkigst als ik al mijn boeken om mij heen heb, de bekende foto's en kunstwerken aan de muur hangen.

Is het leuk om schrijver te zijn?
Ik ben iemand die schrijft, maar ik ben geen schrijver. Een schrijver is iemand die dat in zijn paspoort zet. Ik voel mij ook geen schrijver. Ik ben op de allereerste plaats directeur van een toneelgezelschap. Schrijven is voor de leuk, de poëzie in het leven, eigenlijk beschouw ik dat niet als een beroep.
Het is erg leuk om te schrijven, anders zou ik het ook niet doen. Alleen in een kamer zitten, alleen met je fantasie, alle woorden en beelden in je hoofd, niemand die zegt hoe je dat moet doen: dat is prachtig.

Wat vind je het beste boek dat je hebt geschreven?
Dat moet je nooit vragen. Je vraagt aan een vader toch ook niet wel kind hij het leukste en het liefste vindt.

De hoofdpersonen in je boeken, bestaan die echt?
Vaak wel, ja. De hoofdpersoon uit 'Mijn vader is een sukkel' ben ik voor een groot deel zelf. Voor een ander deel is het een vriend van mij. De opa uit 'Mijn opa, de vogelman' was mijn opa. Zo zou ik nog wel door kunnen gaan. Als je met mij omgaat, heb je grote kans dat je een keer in een boek verschijnt.

Wanneer ben je begonnen met schrijven?
Ik ben heel jong begonnen met schrijven, met het verzinnen van verhalen. Hoe oud zal ik zijn geweest? Vijf, zes jaar? Mijn eerste gedichten schreef ik toen ik twaalf was.
Op mijn dertiende of veertiende heb ik met een vriend een toneelstuk geschreven. We hebben het zelfs op scholen en in bejaardenhuizen opgevoerd.
Mijn eerste verhalen schreef ik toen ik zeventien, achttien was. Ik zal twintig jaar zijn geweest toen mijn eerste verhaal in Vrij Nederland verscheen. Dat was in De Blauw Geruite Kiel, een soort krant voor kinderen. Daar heb ik Karel Eykman leren kennen, die heeft er voor gezorgd dat ik ben blijven schrijven en een uitgever kreeg. Voor het geval hij dit ooit leest: Karel, bedankt.